De koepelvrijstelling

BeFrank
20 jun 2014

Dit artikel is geschreven door:
Oscar van Zadelhoff – Productmanager / Jurist bij BeFrank
Peter Paul Boon – Directeur Group Tax bij Delta Lloyd

De koepelvrijstelling

Inmiddels is de wet inzake de verlaging van de maximumopbouw van pensioenen aangenomen. Hieraan gekoppeld is voorgesteld om de “koepelvrijstelling” in de btw voor pensioenfondsen te laten vervallen. Hieronder zullen wij ingaan op de achtergrond en de gevolgen van het vervallen van de koepelvrijstelling en de mogelijke alternatieven om als pensioenfonds toch een btw vrijstelling deelachtig te kunnen zijn.

BTW en uitbesteding

Pensioenfondsen zijn vrijgesteld van btw en hoeven geen btw te berekenen aan klanten (aangesloten werkgevers). Meer precies geldt dat de verzekerings- en de collectieve beleggingsactiviteit van pensioenfondsen is vrijgesteld van btw. Keerzijde is dat een pensioenfonds de btw op gemaakte kosten niet in aftrek mag brengen waardoor deze btw een kostenpost vormt. Bij outsourcing van activiteiten naar derden wreekt zich deze beperking van het aftrekrecht, waardoor niet altijd een economisch rationele keuze kan worden gemaakt. Het uitbesteden van de pensioenadministratie leidt tot een heffing van 21% btw over de door het pensioenfonds verschuldigde vergoeding.

Diverse pensioenfondsen besteden de administratieve uitvoering van de pensioenregeling uit aan een uitvoeringsorganisatie. Dit is vaak een zelfstandige entiteit die de pensioenuitvoering doet voor één of meerdere pensioenfondsen. Reden voor deze inrichting is het behalen van schaalvoordelen. Ook wil men aanvullend op de pensioenregeling andere producten aanbieden zoals arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en lijfrenteproducten .

De koepelvrijstelling

Een aantal partijen vindt in de zogenaamde koepelvrijstelling een oplossing om de btw last bij outsourcing te voorkomen. Hoewel de toepassing van deze koepelvrijstelling formeel aan strikte vereisten moet voldoen, werd in de praktijk met een beroep op oude afspraken de toepassing van de koepelvrijstelling opgerekt. Deze afspraken waren slechts aan enkele partijen voorbehouden en er werden geen nieuwe rulings meer afgegeven. Hierdoor bestaat er in de markt geen level playing field op het terrein van outsourcing van pensioenadministraties. Hoewel deze ongelijkheid al jaren bekend is, duurde het tot vorig jaar alvorens een budgettair argument werd gevonden om het speelveld gelijk te trekken. De vrijstelling wordt afgeschaft ter financiering van de faciliteit voor een netto lijfrente voor inkomens boven €100.000.

De koepelvrijstelling is een fiscale faciliteit op grond waarvan bedrijven (de “leden”) die btw vrijgestelde prestaties verrichten hun (operationele) activiteiten in gezamenlijkheid (de “koepel”) mogen uitvoeren zonder dat de koepel over de bijdrage van de leden btw hoeft te berekenen. De koepel heeft geen recht op aftrek van de aan haar in rekening gebrachte btw.

Voorwaarden voor de toepassing van deze vrijstelling zijn:

  1. de bijdrage van de leden dient te zijn bepaald op basis van ieders aandeel in de gezamenlijke uitgaven van de koepel, en
  2. de samenwerking mag niet tot ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen leiden.

De gestelde voorwaarde onder (1) sluit een commerciële exploitatie van de koepelvrijstelling in principe uit. Het gaat immers om een bijdrage in de gemaakte kosten, zonder winstopslag. In de praktijk wordt deze voorwaarde ontgaan door als manager van de koepel de winstopslag als managementfee aan de koepel in rekening te brengen. Deze managementfee wordt dan als onderdeel van de kosten over de leden verdeeld.
Het vereiste van concurrentieverhoudingen is uitgewerkt in nadere regelgeving . Er zijn verschillende activiteiten opgesomd die niet onder toepassing van de koepelvrijstelling btw vrij mogen worden doorbelast. Het uitsluiten van pensioenfondsen van de koepelvrijstelling zal op eenvoudige wijze kunnen geschieden door het begrip “rechten- of deelnemersadministraties van pensioeninstellingen” aan de lijst van uitgezonderde activiteiten toe te voegen.

Alternatieven

Er bestaan alternatieven die een btw heffing kunnen voorkomen en ook een recent arrest van het Europese Hof van Justitie lijkt het tij verder te doen keren.

Fiscale eenheid

De grootste pensioenfondsen vormen met hun uitvoeringsorganisatie een fiscale eenheid voor de btw. Dit betekent dat de onderlinge dienstverlening voor de btw niet bestaat. De vereisten om een fiscale eenheid te kunnen vormen zijn de aanwezigheid van voldoende financiële, organisatorische en economische verwevenheid tussen de betrokken partijen. Daar waar een bestuurlijke verwantschap bestaat tussen het pensioenfonds en de uitvoeringsorganisatie zal een fiscale eenheid veelal mogelijk zijn. Dat zal anders liggen wanneer een uitvoeringsorganisatie voor “derden” gaat administreren. Aan het vereiste van een organisatorische verwevenheid zal dan niet worden voldaan.

De “ATP-zaak”

Recent heeft het Europese Hof van Justitie een arrest gewezen die pensioenfondsen in een ander fiscaal jasje hijst. Daar waar het Hof begin 2013 nog concludeerde dat een pensioenfonds met een defined benefit regeling niet vergelijkbaar is met een collectief beleggingsfonds besliste zij begin dit jaar anders. Een pensioenfonds met een defined contribution regeling kan voor de btw (ook) als een beleggingsfonds worden beschouwd nu de deelnemers een belang hebben bij de beleggingsresultaten. Het gevolg hiervan is dat niet langer een beroep hoeft te worden gedaan op de btw vrijstelling voor verzekeraars maar op die van collectief vermogensbeheer. Deze vrijstelling, die ook op de PremiePensioenInstelling van toepassing is , biedt op grond van eerdere jurisprudentie van datzelfde Hof een ruimere mogelijkheid om btw vrij diensten uit te besteden. Zo is expliciet beslist dat het uitbesteden van de administratie van een beleggingsfonds onder de btw vrijstelling valt. Het Ministerie van Financiën lijkt van plan de reikwijdte van het arrest te willen beperken doch zal zich daarbij wel moeten houden aan de uitleg van het Hof van Justitie.

Rol werkgever

Tot slot bestaat de mogelijkheid om als werkgever de uitvoeringskosten van de pensioenregeling voor eigen rekening te nemen. Daarbij factureert de uitvoeringsorganisatie rechtstreeks aan de werkgever, die deze kosten niet doorbelast aan het pensioenfonds. De werkgever zal de btw op deze kosten in aftrek brengen waardoor effectief de uitvoeringskosten vrij van btw blijven.

Conclusie

De koepelvrijstelling vormt een mogelijkheid voor pensioenfondsen om kostenverhogende btw bij uitbesteding van de uitvoeringsorganisatie te voorkomen. De voorgestelde uitsluiting betekent dat deze fiscale faciliteit niet langer soelaas biedt maar de gevolgen zijn wellicht beperkt. Door jurisprudentie van het Hof van Justitie worden er alternatieven geboden die zelfs meer flexibiliteit bieden. Wel is er een risico dat, wanneer de met deze maatregel begrote extra opbrengst van ruim EUR 100 miljoen niet wordt behaald, naar een andere opbrengstbron binnen de pensioensector zal worden gezocht.