Is de verbeterde premieregeling wel een verbetering?

BeFrank
4 apr 2016

Onlangs werd het wetsvoorstel Wet verbeterde premieregeling aangenomen door de Tweede kamer. Deelnemers met een DC-regeling kunnen hierdoor vanaf 1 juli 2016 doorbeleggen na hun pensioendatum. Zo kunnen zij een beter pensioenresultaat behalen. Maar gaat dit wetsvoorstel echt tot een verbetering leiden?

Het is al jaren bekend dat er knellende wetgeving is die een optimaal pensioenresultaat in de weg staat. Er kan namelijk niet over de hele levenscyclus belegd worden. Voor de pensioendatum moet het beleggingsrisico volledig afgebouwd zijn. Het dan opgebouwde pensioenkapitaal wordt tegen de dan geldende rente omgezet in een levenslang gegarandeerd pensioen. Het pensioenkapitaal wordt voor zeer lange duur feitelijk risicovrij tegen zeer lage rente-opbrengsten door de verzekeraar belegd, wat een relatief laag pensioen oplevert.

Doorbeleggen
De oplossing is dat gepensioneerden tijdens de uitkeringsfase nog mogen blijven beleggen en dat het beleggingsrisico niet helemaal wordt afgebouwd voor de pensioendatum. Met het wetsvoorstel variabele pensioenuitkering wordt dit in theorie mogelijk. Maar de huidige invulling van het wetsvoorstel kent zoveel beperkingen dat een optimale DC-oplossing nog steeds niet bereikt wordt.

Risicoprofiel
Daar waar pensioenfondsen het risicoprofiel van de deelnemers in kaart moeten brengen en het beleggingsbeleid daar op aan moeten passen, is dit ook bij DC straks een verplichting. Als uit deze analyse echter blijkt dat voor een bepaalde groep doorbeleggen ideaal is, dan kan dit niet zo worden ingericht voor de hele groep. De default lifecycle mag in het wetsvoorstel namelijk alleen afstevenen op een vaste uitkering. Deelnemers moeten zelf kiezen voor een lifecycle die zich richt op doorbeleggen na de pensioendatum. Hierdoor zal het gebruik ervan beperkt blijven en schiet de wet zijn doel voorbij. Met een wetswijziging voor de bühne neemt de Kamer geen risico, maar zijn grote groepen pensioendeelnemers ook niet geholpen.

Dalende uitkering
Een hogere rekenrente zou de oplossing moeten zijn voor de lage pensioenuitkering. Dat kon in het wetsvoorstel ook, omdat er doorbelegd werd. Het nemen van enig risico zou naar verwachting beloond worden, waar direct rekening mee gehouden kon worden. Omdat dit in de collectieve variant (lees: bij pensioenfondsen) tot onwenselijke herverdeling zou leiden, zou dat daar niet worden toegestaan. Dat onderscheid leidde tot veel discussie met als resultaat dat deze belangrijke vernieuwing nu ook gesneuveld is. Het verwachte resultaat komt nu echter terug bij de dalende uitkering. Het is straks mogelijk om tegen de risicovrije rente een dalende pensioenuitkering in te kopen. Deze dalende uitkering is mogelijk gemaakt om bij aanvang een hogere uitkering te krijgen, waarbij de daling door goede rendementen in de toekomst geminimaliseerd of voorkomen moet worden.

Waar de rest van de wereld een geïndexeerd pensioen nastreeft -en we nog in de kinderschoenen staan voor wat betreft het begrip van een reëel pensioen- gaan we in Nederland een dalende uitkering aankopen. Daarbij mag ook nog eens gerekend worden met erg hoge verwachte rendementen. Een bijzondere combinatie waarmee we uniek in de wereld worden. Naar verwachting zullen we hier ook uniek in blijven omdat een dalende uitkering aan een klant niet uit te leggen is.

1e Kamer moet bijsturen 
Het wetsvoorstel kent veel mooie elementen, zoals het langlevenrisico. Het is niet meer verplicht dit mee te verzekeren waardoor klanten meer keuzes krijgen. Ook wordt hiermee de markt open gegooid waardoor pensioenfondsen en PPI’s deze variant kunnen voeren. Gezien bovenstaande tekortkomingen zou de 1e Kamer het wetsvoorstel in deze vorm niet moeten aannemen. Het is aan de 1e Kamer om het huidige wetsvoorstel als onvoldoende te bestempelen en nu bij te sturen. Alleen dan kunnen we de beoogde stap voorwaarts zetten.

Door Oscar van Zadelhoff (Productmanager BeFrank) en Marcus Haveman (Riskmanager BeFrank/Delta Lloyd)