Verbeterde lifecycles

We willen dat u als werkgever een zo goed mogelijk pensioen kunt aanbieden aan uw werknemers. Daarom beleggen we de pensioenpremie van uw werknemers op basis van de lifecycle-methode. We toetsen jaarlijks ons beleggingsaanbod en kijken daarbij of verbetering mogelijk is. We streven naar een optimale verhouding tussen risico en rendement en naar steeds meer verduurzaming.

Wat verbetert er?
Naar aanleiding van onze jaarlijkse toetsing gaan we onze lifecycles weer iets meer verbeteren. Dit doen wij door eerst eind november 2020 de afbouw van het beleggingsrisico aan te passen. Deze afbouw verschuift en start dan een jaar later. In januari 2021 voegen we de categorie Hypotheken toe aan de Passieve en Actieve Lifecycles. De naam van het fonds waar Hypotheken wordt toegevoegd verandert hierdoor. Beide wijzigingen zorgen voor betere verwachte pensioenresultaten.

Hieronder ziet u schematisch hoe het beleggingsrisico in de ‘hybride fondsen’ in het begin minder snel afloopt (blauwe pijl).

Samenstelling lifecycles
In onderstaand schema ziet u hoe de verbeterde lifecycles zijn samengesteld.

Beleggingsmix Neutraal

> Bekijk hier de onderliggende fondsen

Keuzes voor u als werkgever
Werkgevers kiezen een standaard lifecycle uit 3 beleggingsstijlen (passief, actief of duurzaam) en uit 3 risicoprofielen (defensief, neutraal en offensief). Uw werknemers kunnen daar altijd van afwijken.

Keuzes voor uw werknemers
Werknemers hebben verschillende keuzes om de lifecycles nog beter aan te laten sluiten op hun persoonlijke situatie. Zo kunnen werknemers kiezen uit de beleggingsstijlen: passief, actief, en duurzaam. Daarnaast kunnen ze kiezen uit de risicoprofielen: zeer defensief, defensief, neutraal, offensief en zeer offensief. Zo kan het beleggingsprofiel nog beter aansluiten bij de persoonlijke situatie van de werknemer.

Standaard bouwen we de risicovolle beleggingen zo ver mogelijk af wanneer de pensioenleeftijd nadert. Dit zorgt voor een meer vaste pensioenuitkering. Uw werknemer kan ook besluiten het beleggingsrisico meer of minder te laten afbouwen zoals in het plaatje hieronder in beeld is gebracht.

 

Bij het afbouwen van het risico heeft een werknemer verschillende keuzes:

  • Afbouwleeftijd kiezen
    Standaard bouwen we de risicovolle beleggingen af tot de (verwachte) AOW-leeftijd van de individuele werknemer. De werknemer kan hiervan afwijken en als eindleeftijd voor de afbouw kiezen voor de pensioenleeftijd in de pensioenregeling.
  • Afbouwpercentage kiezen
    Standaard bouwen we het risico geleidelijk zo ver mogelijk af. Maar een werknemer kan zelf kiezen om het beleggingsrisico minder ver te laten afbouwen tot 15%, 30%, 45% of 60%. Hoe langer wij deels risicovol beleggen, hoe meer het pensioenkapitaal kan groeien. Maar de resultaten van deze beleggingen kunnen ook tegenvallen.