Wat wel mag in pensioenakkoord, mag niet in verbeterde premieregeling

BeFrank
3 mrt 2020

Verzekeraars en ppi’s mogen niet standaard voorsorteren op doorbeleggen in een premieregeling. Waarom niet, als dit wel in het pensioenakkoord zit?

Er wordt weer volop geschreven over het pensioenakkoord, het mogelijk openbreken ervan en wat de gevolgen zijn voor deelnemers van pensioenfondsen. Maar inmiddels hebben 1,5 miljoen mensen in Nederland een beschikbare-premieregeling bij een verzekeraar of ppi. Zij werken bij duizenden bedrijven, en al lang niet meer alleen de kleine. Transparantie en eenvoud, collectief beleggen en solidair verzekeren, lage kosten en toegankelijkheid hebben bijgedragen aan het succes. In de polder heeft men echter vaak moeite met deze trend naar dc, die in onze ogen onomkeerbaar is. Zo is er bijvoorbeeld weerstand tegen standaard voorsorteren op doorbeleggen. Maar waarom eigenlijk?

De Wet verbeterde Premieregeling maakt, naast de vaste uitkering, de variabele pensioenuitkering (doorbeleggen) mogelijk. De uitkering kan jaar-op-jaar worden bijgesteld aan de hand van gerealiseerde beleggingsrendementen of doordat mensen in het algemeen korter/langer blijven leven. Waarom dat handig is? Iedereen is het erover eens, dat dit naar verwachting een hoger pensioen oplevert bij een acceptabel risico, voor mensen die dit kunnen en willen dragen. Met spreiding van de resultaten kan de jaarlijkse fluctuatie van de pensioenuitkering bovendien beperkt worden.

Voorsorteren op de variabele pensioenuitkering
In de opbouwfase van het pensioenkapitaal is het voor een optimale risico-rendementverhouding van de beleggingen van belang om voor te sorteren op de variabele pensioenuitkering. Dit kan door het beleggingsrisico in de lifecycle in de laatste tien tot vijftien jaar voor de pensioendatum af te bouwen naar een variabele uitkering. Dit mag een ppi of verzekeraar echter niet als standaard toepassen. Er moet nu afgebouwd worden naar een vaste pensioenuitkering.

Deze mogelijkheid is ontzettend belangrijk om optimaal aan te sluiten op de variabele pensioenuitkering. Maar de gemiddelde deelnemer laat zich ruim voorafgaand aan de pensioendatum amper verleiden tot het maken van dit soort keuzes. De keuze wordt dan dus niet gemaakt en dit leidt tot een lager pensioen. De sector en vooral de 1,5 miljoen deelnemers krijgen vervolgens bij de onlangs gehouden evaluatie van de Wet verbeterde Premieregeling te horen dat er dan maar beter begeleid moet worden. De angst voor de polderweerstand tegen dc leidt tot stilstand en zet daarmee 1,5 miljoen mensen op achterstand.

Aansluiting op het pensioenakkoord
Inmiddels is bijna iedereen wel doordrongen van het feit dat defined benefit (db) in een pensioenfonds ook gewoon een systeem van collectieve beleggingen is waarbij de beleggingsresultaten uiteindelijk effect hebben op de pensioenuitkeringen. Dit wordt ook weerspiegeld in het pensioenakkoord van juni, waar de aanspraken veel directer aan beleggings- en langleven resultaten gekoppeld worden. Dit betekent sneller indexeren, maar ook sneller korten. Daarbij worden pensioenfondsen verplicht om een lifecycle te definiëren zodat de beleggingsmix afhankelijk is van de leeftijd.

Het punt is: alle uitkeringen worden variabel en beleggingsgerelateerd. Dit geldt voor alle varianten die nu uitgewerkt worden in Den Haag. Het nieuwe contract zou een variabel pensioen worden. Maar ook de nu uitgelekte variant hiervan, waarbij in de opbouwfase geen sprake meer is van een rekenrente en een ingekochte aanspraak, is in de uitkeringsfase wel sprake van een variabel pensioen. Ook voor de tweede variant die in het pensioencontract genoemd wordt, geldt dat het opgebouwde pensioenkapitaal uit een beschikbare-premieregeling richting pensioneringsfase wordt ingebracht in een collectieve, maar wel variabele, pensioenuitkering waarbij wordt doorbelegd.

Individueel versus collectief doorbeleggen
In deze laatste variant geldt dat in de uitkeringsfase standaard sprake is van één uniforme collectieve variabele uitkering zonder keuzemogelijkheden. Argument om dit hier wel toe te staan is dat hier sprake zou zijn van solidariteit in de uitkeringsfase. Maar voor beleggingsrisico’s is solidariteit binnen een groep gepensioneerden niet te regelen. Als honderd mensen samen 30% beleggen levert dat evenveel risico op als honderd mensen die apart 30% beleggen. Het kunnen doorbeleggen in de uitkeringsfase heeft nut, maar dat binnen een collectief doen geeft geen extra solidariteit ten opzichte van individueel doorbeleggen.

Bijkomend voordeel van individueel doorbeleggen is dat het beleggingsrisico op de persoonlijke risicobereidheid en risicodraagkracht kan worden afgestemd. Gemiddeld kent Nederland een schoenmaat 41, maar zo’n maat zal toch knellend zijn voor de helft van de Nederlandse bevolking. Zo zal een gemiddeld beleggingsrisico van 30% best kunnen kloppen als gemiddelde risicohouding, maar toch zal voor veel deelnemers meer risico (bijv. 40%) of minder risico (bijv. een vaste uitkering) meer passend zijn in de uitkeringsfase.

Dus waar blijft de mogelijkheid om standaard voor te sorteren op de variabele pensioenuitkering in de individuele variant?

De nieuwe norm
De beschikbare-premieregeling met een individueel karakter ondervindt zoals gezegd nog altijd veel weerstand. Deze vorm van pensioenopbouw wordt in het pensioenakkoord ook niet meegenomen in de verdere uitwerking. Dit terwijl buiten de bedrijfstakpensioenfondsen de beschikbare-premieregeling inmiddels de nieuwe norm is.

De evaluatie van de Wet verbeterde Premieregeling leidt ook nu niet tot de stap om standaard voorsorteren op doorbeleggen toe te staan. Zelfs niet als sociale partners er in overleg met de pensioenadviseur voor willen kiezen, nadat vastgesteld is dat dit een passend beleggingsbeleid is voor de deelnemers. Terwijl het duidelijk tot een hogere verwachte pensioenuitkering leidt.

Maar het wordt dan wél weer uitsluitend voor pensioenfondsen in een collectieve variant mogelijk gemaakt waarbij deelnemers minder keuzevrijheid hebben. Verzekeraars en ppi’s worden uitgesloten. Het pensioen van nu al 1,5 miljoen mensen staat hiermee op het spel en dat worden er snel meer. Het is hoog tijd dat de beschikbare-premieregeling het wettelijk kader krijgt dat werknemers verdienen en standaard voorsorteren op de variabele pensioenuitkering mogelijk wordt.

Dit artikel is geschreven door Oscar van Zadelhoff, Productmanager & Marcus Haveman, Actuaris bij BeFrank en verscheen 3 maart in Pensioen Pro.