Van wie is het opgebouwde pensioenkapitaal bij overlijden?

BeFrank
29 aug 2012

Wanneer een werknemer pensioen opbouwt via een DC regeling met een netto staffel conform het staffelbesluit 2009, dan wordt het nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen vaak via risicopremies afgedekt. De premies hiervoor betaalt de werkgever. Bij overlijden voor de pensioendatum wordt er uit de risicodekking een nabestaandenpensioen uitgekeerd. Maar wat gebeurt er met het belegd vermogen?

PPI wetgeving
De wet biedt ruimte om hier op verschillende manieren mee om te gaan. In de PPI-wetgeving staat weinig over dit punt. Het Besluit Gedragstoezicht Financiële Ondernemingen Wft, artikel 168b beschrijft: “Een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:71c eerste lid van de wet, bepaalt voor zover van toepassing, in ieder geval: de wijze waarop sterftewinsten worden toebedeeld.”

Het pensioenreglement dient dus te beschrijven hoe de uitvoerder omgaat met sterftewinst, maar over de inhoud van de bepaling is in de wet niets vastgelegd. Omdat de wet hier ruimte laat voor meerdere opties voor de aanwending van het opgebouwde kapitaal, is het zinvol om de intentie van de wetgever te bekijken.
In de notulen van de parlementaire behandeling behorende bij de PPI-wetgeving staat expliciet beschreven dat de PPI-wetgeving niet regelt hoe eventuele sterftewinsten moeten worden toebedeeld. De PPI-wetgeving laat dus uitdrukkelijk ruimte voor het maken van afspraken over dit onderwerp die aansluiten bij de eigen opvattingen van betrokkenen bij een pensioenregeling.

Dit betekent dus dat het betrokken partijen vrij staat overeen te komen dat de waarde van de aanspraken van een werknemer die voor de pensioendatum overlijdt:

  1. ten gunste komt aan het collectief; of
  2. wordt toegevoegd aan het eigen vermogen van de PPI; of
  3. ten gunste komt aan de nabestaande(n).

Ten gunste aan het collectief
De eerste optie lijkt op de bonus bij leven constructie zoals verzekeraars deze ook hanteren. Concreet betekent dit dat er bonusparticipaties aan het belegde vermogen van de overige deelnemers in dezelfde regeling worden toegevoegd. Een oplossing die lastig past binnen een DC-regeling met individuele aanspraken. Daarbij gaat de eenvoud en de heldere communicatie verloren door de bepaling van de verdeling en de uitvoering.

Ten gunste aan de PPI
Deze variant is qua uitvoering en communicatie als eenvoudig te bestempelen, maar voelt onrechtvaardig aan. Vooral bij regelingen met optimale transparantie zal er weinig begrip zijn van de deelnemers voor deze gekozen methode.

Ten gunste aan de nabestaanden
Volgens de wet kan de waarde van de pensioentoezeggingen bij overlijden voor de pensioenleeftijd worden toebedeeld aan een nabestaande, onder de voorwaarde dat er rekening wordt gehouden met de fiscale grenzen die gelden voor de opbouw van nabestaandenpensioen. Dit om de fiscale faciliteit te behouden. Dit betekent dat bij overlijden van de werknemer niet per definitie het volledige kapitaal mag worden aangewend voor nabestaandenpensioen.

Praktijk
Ook bij BeFrank stonden we voor de vraag: wat doen we met het opgebouwde pensioenkapitaal na het overlijden van de deelnemer? Voorop staat dat we het product hebben ontwikkeld onder het motto: heldere communicatie, eenvoudige uitvoering en online dienstverlening. Daarbij wordt de pensioenpremie bij een DC-regeling betaald voor de deelnemer die individuele pensioenaanspraken heeft. De beleving is dat het opgebouwde kapitaal al van de deelnemer is. In geval van overlijden wilden we daarom het kapitaal ook bij de nabestaande(n) terecht laten komen. Dit maakt dat wij tot de keuze van optie 3 zijn gekomen. Wij gebruiken de vrijgevallen waarde voor optimalisatie van het nabestaandenpensioen. Daarbij gebruiken we alle mogelijke fiscale ruimte die we kunnen vinden. Vrijwel altijd is er veel ruimte voor de optimalisatie van het nabestaandenpensioen. Mocht er daarna nog geld over zijn, dan vervalt dit aan de PPI vanwege de beperkte omvang en vanwege de eenvoud.

Conclusie
Uiteraard kunnen andere PPI’s met andere afwegingen tot andere keuzes komen. Bij deze opties dient dan in ieder geval naast de PPI- en fiscale wetgeving ook goed naar de Pensioenwet en Gelijke Behandelingswetgeving gekeken te worden. Wij vinden dat het opgebouwde kapitaal toebehoort aan de nabestaanden. Met de komst van de PPI hebben we er in pensioenland in ieder geval weer een technisch discussiepunt bij gekregen.