PPI met solidair karakter

BeFrank
4 jan 2012

Een uitgebreid interview met Folkert Pama – directievoorzitter BeFrank – zoals verschenen in de pensioenspecial bij het Management Team.

Klik hier voor het originele artikel: PPI met solidair karakter (PDF)

In welk opzicht is de pensioenmarkt, met de komst van meerdere premiepensioeninstellingen (PPI’s) in het afgelopen half jaar, veranderd?
“De pensioenmarkt heeft altijd op slot gezeten, met de pensioenfondsen en pensioenverzekeraars als enige uitvoerders. Nu het mogelijk is om ook als PPI de collectieve pensioenmarkt te betreden, wordt de markt opengebroken. Met 875 miljard euro aan beleggingen in Nederlandse pensioenen staan partijen te springen, al is het irreëel om te denken dat al dat geld nu naar PPI’s gaat. Veel partijen denken het goedkoper te kunnen doen dan de traditionele partijen. En als er zoveel marktpartijen staan te dringen, dan moet er wel wat aan de hand zijn.”

In welk opzicht sluit deze ontwikkeling aan bij de pensioendiscussie die nu zo nadrukkelijk speelt in ons land?
“Die discussie heeft alles te maken met perceptie en het niet juist communiceren over de  werkelijkheid. Jarenlang is verkondigd: ‘Ga maar slapen, er is niets aan de hand. Wij hebben het beste pensioenstelsel van de wereld.’ In dat stelsel, gebaseerd op de drie pijlers overheid, werkgevers en particulieren, is vanaf de jaren vijftig een enorme solidariteit opgebouwd, met als belangrijk element het spreiden van risico’s over generaties.

In de opbouwfase, als het gros van de deelnemers nog met pensioen moet gaan, werkt dat. Maar nu we door de vergrijzing naar een uitkeringsfase moeten, versterkt door de crisis, blijkt dat het systeem helemaal niet zo solide is en het gevaar met zich meebrengt dat lasten en lusten niet meer evenredig verdeeld zijn. Er is daardoor een sterke roep om meer transparantie en duidelijkheid over wat er gebeurt met de pensioenpremie. In Nederland hebben we over het algemeen Defined Benefit-regelingen: middelloonregelingen waarin de hoogte van de uitkering vaststaat. De kosten daarvan staan echter niet vast en dat systeem blijkt nu onbetaalbaar te zijn.

In Nederland is er daarom sprake van een opmars van beschikbare premieregelingen. Voordeel voor de werkgever is dat deze  pensioenregelingen beter budgetteerbaar zijn. Pensioen wordt echter voor de werknemer  onzekerder, omdat de hoogte van de uitkering afhankelijk is van de beleggingen. Een PPI is een uitvoeringsmogelijkheid van zo’n beschikbare premieregeling. In dat opzicht is het goed dat  werkgevers met de komst van de PPI nu ook een serieus en modern alternatief hebben voor de uitvoering van het pensioen.”

Welke mate van collectiviteit heeft een PPI eigenlijk nog, aangezien klanten op deze manier individuele regelingen treffen?
“De PPI is een nieuwe uitvoerder van collectieve beschikbare premieregelingen met individuele beleggingskeuzes. Binnen de collectiviteit regelen we het nabestaandenpensioen en het risico op arbeidsongeschiktheid. Dat risico wordt gezamenlijk gedragen. Er zit dus een element van solidariteit in. Vergelijk het met een brandverzekering: je betaalt een premie en de verzekeraar zorgt ervoor dat je het risico dat je je huis kwijtraakt door brand, niet alleen hoeft te dragen. Het is een misvatting dat een PPI geen solidair karakter heeft, want twee van de drie elementen zijn al collectief geregeld. Het ouderdomspensioen kent geen solidair element, omdat door zorgvuldig te beleggen de bijbehorende risico’s uitstekend zelf gedragen kunnen worden. De bijdrage van werkgever en werknemer zetten we op een beleggingsrekening die we voor honderd procent beleggen aan de hand van voorkeuren die de deelnemer zelf aangeeft.”

Zelf beleggen voor je pensioen lijkt voor veel mensen toch wat veel gevraagd. Hoe is dit op te vangen?
“Door inzicht te geven in de pensioenbeleggingen en tevens keuzemogelijkheden te bieden. Maar dan wel zo dat als je geen keuze maakt, je pensioengeld in een lifecycle-constructie belegd wordt die het risico bij het naderen van de pensioenleeftijd steeds verder afbouwt. Bij beleggen heb je altijd te maken met de balans tussen rendement en risico, maar we hebben het hier wel over het pensioen. Het gaat niet om de hoogte van het kapitaal, maar om de hoogte van de pensioenuitkering. De rentestand is dus ook van groot belang. Als we iets hebben geleerd, dan is het dat rente snel kan dalen. Daarom bouwen we vanaf het vijftigste levensjaar af naar een pensioenstabilisator, waardoor de fluctuaties in de rentestand vlak voor je pensioendatum nauwelijks effect hebben. Door zorgvuldig te beleggen is een van de belangrijkste bezwaren tegen een Defined Contribution-regeling verholpen.”

Hoe kan een deelnemer bij een PPI zien welke gevolgen keuzemogelijkheden hebben voor de
hoogte van het pensioen dat hij of zij uiteindelijk krijgt?
“Hiervoor hebben wij een pensioenplanner ontwikkeld. Deze geeft de mate van zekerheid weer voor de deelnemer dat deze de gewenste hoogte van de pensioenuitkering ook gaat halen. Jonge deelnemers zien bijvoorbeeld hogere bandbreedtes dan oudere. Bij een zestigjarige is met een hoge mate van zekerheid de hoogte van het pensioen vast te stellen. Werknemers hebben  bovendien de keuze uit drie lifecycles: defensief, neutraal en offensief. Het effect van eventuele keuzes in termen van rendement en risico worden door de pensioenplanner direct in beeld gebracht. De deelnemer heeft zelfs de keuze om helemaal niet te beleggen en alleen maar te sparen. Dan slaat natuurlijk wel de verhouding tussen rendement en risico om, maar hij is er vrij in.”

Is de kennis van de consument over pensioenen, door alle aandacht in de politiek en de media, nu beter dan vroeger?
“Ik weet niet of de pensioenkennis nu groter is; ik vermoed wel dat het pensioenbewustzijn is gestegen. Men verdiept zich in pensioenen. Kijk maar naar het Nationale Pensioenregister, dat al door drie miljoen mensen is bekeken. Ik vind ook dat je daarom de vrijheid moet hebben om je eigen keuzes te maken in hoe je pensioen belegd wordt, als je daar affiniteit mee hebt. En als je dat niet hebt, dan moet je kunnen varen op de kennis van je pensioenaanbieder. Of je op deze manier meer een band met je pensioen opbouwt? Ik denk het wel. Ik vind het ook niet meer dan logisch om inzicht en keuzevrijheid te bieden. Pensioen is namelijk het belangrijkste financiële product waarmee een consument te maken krijgt.”

Spelen trends als real-time informatie en het altijd kunnen benaderen van pensioengegevens ook
een rol?
“Dat is in elk geval wat wij doen en wat ook past in onze missie. We willen het pensioenbewustzijn van werknemers vergroten. Door werknemers op elk moment toegang te geven tot hun  pensioengegevens en de mogelijkheid te bieden online wijzigingen door te voeren, hebben de werknemers weer het gevoel de regie te hebben over hun pensioen. Mensen met een spaarrekening delen dat gevoel; het besef dat het echt van jou is.”

Geven technologische ontwikkelingen ook nog andere mogelijkheden om mensen meer te betrekken bij hun pensioen?
“Absoluut, naast het inzicht en invloed geeft een moderne infrastructuur tevens de mogelijkheid tot interactie. Wij zijn recent de community WeFrank gestart, waarin wij een dialoog op gang willen brengen over het pensioen. Een pensioen is de belangrijkste arbeidsvoorwaarde voor een consument, maar wordt nog steeds ervaren als complex. Wij proberen pensioen eenvoudig te houden door helder te communiceren. Door opinieartikelen te publiceren, door aanwezig
te zijn op social media, maar ook door een community te starten. Daar willen wij een discussie aanzwengelen waar mensen mogen zeggen wat ze willen. Ze mogen dus ook klagen. Door zoiets op te zetten, geef je ze een stem en krijg je feedback waar je wat mee kunt doen. En zeker ook niet onbelangrijk: deze wereld heeft niet alleen behoefte aan transparante producten, maar ook aan transparante organisaties. Je moet daarom overal aanwezig zijn. Het gaat om eerlijkheid, luisteren naar wat de consument wil en het geven van inzicht.”